Zorg

Onderwijs op maat

 

Onderwijs op maat: passend onderwijs

 

Onderwijs op maat betekent dat een basisschool onderwijsmaatregelen treft die gericht zijn op verbetering van de leeropbrengst en passend zijn bij de extra onderwijsbehoeften van de leerlingen. Soms is het daarbij noodzakelijk het vertrouwde onderwijssysteem te verlaten en te zoeken naar alternatieven. Onderwijskundige ontwikkelingen vragen niet om meer te doen, maar om anders te denken, met een goede kans op succes voor meer leerlingen en een goede kans op voldoening bij de leerkrachten.

 

Passend onderwijs is onderwijs, dat zoveel mogelijk is afgestemd op en aangepast aan de mogelijkheden en behoeften van elk kind. Het is hierbij van groot belang dat het team van de school op de hoogte blijft van de nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs.
Het team van onze school realiseert dit door cursussen te volgen, zowel individueel als in teamverband.

Ter versterking van de zorgstructuur, is in 2011 vanuit het Samenwerkingsverband de 1-Zorgroute ingevoerd binnen de basisschool.  De 1-Zorgroute beschrijft in onderlinge afstemming de stappen en beslismomenten die in de zorg aan leerlingen gezet worden. Dit wordt vastgelegd in de zogenaamde groepsplannen voor de vakken lezen, rekenen en spelling. In het groepsplan geeft de leerkracht doelgericht en op hoofdlijnen aan hoe hij/zij de komende periode met de verschillende onderwijsbehoeften van de leerlingen in de groep omgaat. Voor de kernvakken wordt in de groepen 4 t/m 8 uitvoering gegeven aan het groepsplan m.b.v. uitstekende software Snappet.

 

Zorgverbreding

 

Zorgverbreding houdt in dat maatregelen en activiteiten op het gebied van zorg voor kinderen worden uitgebreid en versterkt. Dit kunnen maatregelen en activiteiten op school- en groepsniveau zijn, maar deze kunnen ook gericht zijn op individuele kinderen.

De IB-er coördineert de leerlingenzorg binnen de school en vertegenwoordigt de school naar buiten toe, vooral in het Samenwerkingsverband PassendWijs.

 

De Ark besteedt veel aandacht aan zorgverbreding. Daarbij is het belangrijk, dat iedere leerkracht op effectieve wijze om kan gaan met onderwijsproblemen. Om zicht te houden op wat de leerling nodig heeft om de streefdoelen die wij hanteren te behalen, worden de leerlingen gevolgd aan de hand van:

  • Systematische leerlingenbesprekingen, waarbij we onderscheid maken in de zorg op
    5 niveaus (niveau1: algemene zorg in de groep; niveau 2: incidentele uitvallers;
    niveau 3: zorgleerlingen; niveau 4: intensieve zorgleerlingen o.b.v. externen, niveau 5: plaatsing speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs).
  • Screening van de leerlingen om zodoende problemen vroegtijdig te signaleren;
  • De extra hulp die leerlingen nodig hebben vindt plaats in een klein groepje binnen de klas. De leerkracht verzorgt dit door het geven van een verlengde instructie. De basisstof wordt dan op een andere wijze aangeboden, ondersteunt met concreet materiaal;
  • Waar nodig en indien haalbaar binnen de groep worden er voor individuele leerlingen maatregelen getroffen om aan de specifieke onderwijsbehoeften tegemoet te komen.  
  • Het werken met groepsoverzichten en groepsplannen om nog doelgerichter te werken.

 

Leerlingvolgsysteem

 

De Ark toetst alle kinderen vanaf groep 2 enkele malen per jaar om hun sociaal-emotionele, taal-, lees-, rekenontwikkeling en begrippenkennis te volgen.

Hierbij gebruiken wij landelijk genormeerde toetsen van onder meer het CITO. De ontwikkeling van de kinderen vergelijken wij met het landelijk gemiddelde.

  

In het team bespreken wij de opbrengsten van de toetsen. Deze opbrengsten, het gedrag van een kind of de prestaties in de groep kunnen aanleiding zijn om extra maatregelen te treffen voor de hele en/of een kleinere groep en/of het individuele kind. Om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de verschillen worden leerlingen met ongeveer dezelfde onderwijsbehoeften geclusterd.

 

Ook meer begaafde kinderen vragen om extra aandacht. Zij krijgen meer uitdagende leerstof (verrijkingsstof) aangeboden of nemen deel aan de Plusklas. De ouders worden hierover vanzelfsprekend geïnformeerd.

 

Ondanks alle extra inzet heeft dat bij enkele kinderen onvoldoende effect. Dan kan, na overleg met de ouders, besloten worden, dat het kind een groep een jaar overdoet of, in het geval van meer begaafdheid, een jaar overslaat.

 

Wij streven ernaar de kinderen zo lang mogelijk bij ons op school te houden. Een enkele keer is dat niet mogelijk en moeten we verwijzen naar een school voor Speciaal Basis Onderwijs (SBO) of naar een school speciaal gericht op meer begaafde leerlingen, een zogenaamde Leonardoschool. Aan deze verwijzing gaat een zorgvuldig proces vooraf.

 

Samenwerkingsverband PassendWijs

 

In het kader van het Passend Onderwijs is het Samenwerkingsverband Over Betuwe, waar de Ark deel van uit maakte, gefuseerd met het Samenwerkingsverband Arnhem en heet per augustus 2014 Samenwerkingsverband PassendWijs. Zij is verantwoordelijk voor het inrichten en realiseren van Passend Onderwijs in de gemeenten Arnhem, Rheden, Rozendaal, Overbetuwe, Lingewaard en Renkum. SWV PassendWijs bestaat uit 25 besturen van 134 scholen. Alle aangesloten besturen van SWV PassendWijs maken met elkaar afspraken over hoe voor elke leerling zo goed mogelijk Passend Onderwijs kan worden gerealiseerd.  Bij dit samenwerkingsverband zijn reguliere scholen en een speciale school voor basisonderwijs (S.B.O.) aangesloten.

 

Speciaal basis onderwijs en speciaal onderwijs: Wat is wat?

 

Naast het “gewone”, reguliere basisonderwijs kennen we in Nederland sinds 1998 ook het Speciaal Basisonderwijs (SBO) en het Speciaal Onderwijs (SO). Met de komst van het Passend Onderwijs is het de bedoeling dat we vanuit de basisondersteuning ook de zorgleerlingen zo lang mogelijk binnen het regulier onderwijs kunnen opvangen. Dit betekent niet dat het speciaal onderwijs gaat verdwijnen. Als een basisschool aan kan tonen dat ze handelingsverlegen is met betrekking tot de problematiek van een leerling dan volgt een verwijzing naar het Speciaal Basis Onderwijs en/of het Speciaal Onderwijs.

 

Wie bepaalt of een kind naar een speciale school voor basisonderwijs (S.B.O.) gaat?

 

Als het uiteindelijk op de gewone basisschool niet goed gaat met een kind is een gesprek tussen ouder(s) en groepsleerkracht de eerste stap. Samen bekijken ze wat de problemen veroorzaakt en wat de basisschool kan doen om het kind de nodige zorg te geven.


Toch kan het voorkomen dat een kind beter op zijn plaats is op een speciale school voor basisonderwijs. Als dat het geval is wordt door de IB-er via PassendWijs een toelaatbaarheidsverklaring aangevraagd en een passende sbao school voor de leerling gezocht.

 

Speciaal Onderwijs (S.O.)

 

Naast de speciale scholen voor basisonderwijs zijn er de speciale scholen. Deze scholen zijn voor lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapte leerlingen en leerlingen met gedragsstoornissen. Voor deze groep kinderen zijn er in totaal 10 soorten scholen die in 4 clusters onderverdeeld zijn.

 

Cluster 1:     scholen voor visueel gehandicapte kinderen, of meervoudig gehandicapte kinderen met deze handicap.

Cluster 2:  scholen voor dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, of meervoudig gehandicapte kinderen met één van deze handicaps.

Cluster 3:    scholen voor lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen met één van deze handicaps.

Cluster 4:     scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap en onderwijs aan kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten.

 

Het 1e cluster, de scholen voor blinde en slechtziende kinderen, valt buiten de nieuwe regelgeving van Passend Onderwijs. Daar loopt de aanmelding via de scholen zelf.

 

Arrangement in plaats van de rugzak

 

De rugzakfinanciering is met de komst van het Passend Onderwijs verdwenen. Dat wil niet zeggen dat er geen mogelijkheden meer zijn om extra middelen voor een leerling die dat nodig heeft te regelen. Via PassendWijs kan een arrangement worden aangevraagd. Dat houdt in dat school ondersteuning aan kan vragen in de vorm van extra tijd, aanvullend onderwijsmateriaal en/of deskundigheidsadvies middels een Ambulant Begeleider.

Een en ander gaat altijd in overleg en in samenwerking met de ouders. Via het vullen van een groeidossier wordt duidelijk waar de ondersteuningsbehoeften van de leerling liggen en bepaalt een toekenningcommissie van PassendWijs of de aanvraag gehonoreerd wordt en welke middelen de leerling/school krijgt toegewezen.

Bij de aanvraag van een rugzak was een diagnose van een arts/specialist vereist, voor een arrangement is dit niet meer het geval. School en ouders moeten nu de ondersteuningsbehoeften in het groeidossier goed onderbouwen.

Sinds 2014-2015 wordt er op deze wijze gewerkt. Er zijn nog veel vragen en open eindjes, maar in samenwerking met elkaar vertrouwen we erop dat het een meerwaarde voor uw kind op zal leveren.

 

Doorverwijzing en terugplaatsing

 

Schooljaar

Doorverwijzing naar
(speciaal) basisonderwijs

Terugplaatsing in het
basisonderwijs

 

 

 

2006 - 2007

1

0

2007 - 2008

3

0

2008 - 2009

2

0

2009 - 2010

3

0

2010 - 2011

3

0

2011 - 2012

4

0

2012 - 2013

2013 - 2014

1

2

0

0

2014 – 2015

1

0

2015 - 2016

0

0

Totaal over 10 jaar

20

0

Gemiddelde De Ark    *)

2,0 = 0,8 %

0

Landelijk gemiddelde *)

5,0 = 2,0 %

onbekend

 

*) uitgaande van een gemiddeld leerlingenaantal van 250 leerlingen over de afgelopen 10 jaar.

Aansluitende zorgstructuur

 

Sommige kinderen zijn op school erg druk, brutaal of juist stil en teruggetrokken. Anderen zijn vaak ziek. Leerkrachten signaleren over het algemeen snel dat er iets aan de hand is met kinderen. Vaak zijn de problemen of vragen voor ouders herkenbaar, soms ook niet. Ontwikkelt het kind zich wel goed? Zijn er gedragsproblemen? Krijgt die jongen of dat meisje wel genoeg aandacht? Is de geboden hulp voldoende en wel professioneel genoeg?

 

Om de zorg te verbeteren werkt de gemeente Overbetuwe met een aansluitende zorgstructuur voor alle basisscholen. Deze sluit aan bij de snelle signalering van leerkrachten. Wanneer de zorgen van leerkrachten snel worden opgepakt en goed worden afgestemd met alle betrokkenen, krijgen kinderen en ouders snel de hulp die nodig is.

 

De Aansluitende Zorgstructuur heeft twee pijlers:

 

1.         1x per 6 weken is er overleg op school over leerlingen waar zorgen over zijn. 

Deelnemers zijn de interne begeleider, jeugdarts en schoolmaatschappelijk werker.

2.         Bespreken in het Zorg Advies Team (ZAT) als er meer of andere deskundigheid nodig is. In het ZAT nemen deel: de jeugdarts, een maatschappelijke werker van Bureau Jeugdzorg, de leerplichtambtenaar, de schoolmaatschappelijk werker, de aandachtsfunctionaris jeugd van de politie, de interne begeleiders van de basisscholen en de wijkverpleegkundigen van het consultatiebureau.

 

Hoe gaat het overleg (1x per 6 weken) op school in zijn werk?

 

In dit overleg op school bespreken de intern begeleider, jeugdarts en schoolmaatschappelijk werker wat er aan de hand is met het kind. Dit gebeurt in samenspraak met de ouders/verzorgers. Indien nodig worden de ouders uitgenodigd om aan het overleg deel te nemen. Heeft het kind (of hebben de ouders) hulp nodig en zo ja, welke? Het gaat erom snel in actie te komen en de zorg steeds goed op elkaar af te stemmen.

 

Hoe gaat het Zorg Advies Team te werk?


Met de ouders/verzorgers wordt overlegd of het zinvol is om het kind te bespreken in het ZAT. De ZAT-deelnemers bekijken de situatie vanuit de eigen deskundigheid en brengen een advies uit. Als het nodig is kan direct verwezen worden naar Bureau Jeugdzorg of een

andere instelling. In een volgend ZAT (meestal na ongeveer 2 maanden) wordt de situatie opnieuw bekeken. Is er verbetering? Is er nog extra zorg nodig?

 

Betrokkenheid van ouders

 

Om uw kind goed te kunnen helpen, is uw betrokkenheid van groot belang. Overleg over uw kind met naam en toenaam vindt alleen met uw toestemming plaats. Gedurende het hele traject wordt er telkens met u overlegd en wordt u van elke stap op de hoogte gehouden.

De Aansluitende Zorgstructuur wordt ge-coördineerd door een jeugdverpleegkundige bij de Hulpverlening Gelderland Midden. Wanneer u nog vragen hebt, kunt u haar bellen via het algemene nummer van de Jeugdgezondheidszorg: 026-3773805.